Burgemeester staat stil bij lessen uit de oorlog
herdenken n Burgemeester Jasper Nieuwenhuizen heeft tijdens de dodenherdenking in Lisse aandacht gevraagd voor het belang van democratie, kritisch denken en het herkennen van uitsluiting en haat. In zijn toespraak verwees hij naar verhalen uit de Tweede Wereldoorlog en trok hij parallellen met de samenleving van nu.
Nieuwenhuizen vertelde onder meer het verhaal van Maurits Cohen, een Joodse jongen die tijdens de oorlog onderdook aan de Kanaalstraat in Lisse bij Barend en Katrien Uythoven. Het echtpaar bood meerdere onderduikkinderen een schuilplaats. Toen er geruchten kwamen dat het adres verraden was, werden de kinderen na spertijd naar een nieuw onderduikadres gebracht.
Volgens de burgemeester laat het verhaal zien hoe inwoners van Lisse tijdens de oorlog anderen hielpen, vaak met gevaar voor eigen leven.
Het nationale thema van de dodenherdenking was dit jaar ‘De geschiedenis leren begrijpen’. Nieuwenhuizen benadrukte dat het belangrijk is om te onderzoeken hoe oorlog en uitsluiting konden ontstaan.
‘Het is makkelijk om mee te gaan in opruiende taal of wij-zij-denken’, zei de burgemeester. ‘Maar bedenk dat de oorlog ooit ook begon met woorden. Met het aanwijzen van ‘de ander’ als zondebok.’
Ook stond hij stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en latere oorlogen en vredesmissies. Daarbij noemde hij onder anderen Joden, Sinti en Roma, homoseksuelen, verzetsmensen, burgerslachtoffers en militairen.
Nieuwenhuizen wees erop dat vrijheid en democratie niet vanzelfsprekend zijn. Volgens hem vraagt de democratische rechtsstaat voortdurend onderhoud.
‘Vrijheid begint bij ieder van ons. Met luisteren naar elkaar. Iets doen voor een ander. Elke dag opnieuw', aldus de burgemeester.