Maurits Huizer en Marco Koppert ontvangen een bronzen erepenning. | Foto: Ingrid Langeveld
Maurits Huizer en Marco Koppert ontvangen een bronzen erepenning. | Foto: Ingrid Langeveld

Bronzen erepenning voor redders 70-jarige drenkelinge

Algemeen

‘Ik heb gedaan wat ik moest doen, vond ik zelf’, vertelt Maurits Huizer uit Lisse heel bedaard over die ijzingwekkende gebeurtenis op dinsdagmiddag 24 juni 2025, waar hij elke dag nog wel even aan terugdenkt. Dat niet alledaags moment dat hij samen met Marco Koppert uit Voorhout een 70-jarige drenkelinge van wellicht de verdrinkingsdood redt. Woensdagmiddag 16 september ontvangt het tweetal in de Trouwzaal van het Lisser gemeentehuis uit handen van de Lissese burgemeester Jasper Nieuwenhuizen en bestuurslid Volkert Teding van Berkhout van de Koninklijke Maatschappij tot Redding van Drenkelingen de bronzen erepenning met de toebehorende oorkonde. ‘Ik heb zeer veel bewondering voor wat jullie hebben gedaan!’

Door Ingrid Langeveld

Het is dinsdag 24 juni, voor vrachtwagenchauffeur Maurits een dag als alle andere werkdagen in de week. Stoïcijns rijdt hij in zijn vrachtwagen over de Vennestraat ter hoogte van de gebouwen van Swets & Zeitlinger, waar hij in zijn rechterachteruitkijkspiegel een vrouw op een scootmobiel op het fietspad ziet rijden. ‘Ze draagt een opvallend rozige gekleurde jas’, herinnert hij zich. Maurits vervolgt gedienstig zijn weg. Tot hij een paar tellen later nog eens in zijn achteruitkijkspiegel kijkt en de scootmobiel niet meer ziet. ‘Ik denk Zie ik het goed, Ik ben toch niet gek, Hier reed net toch iemand, Is er wat, Heb ik gehallucineerd?’ Maurits zet direct zijn vrachtwagen stil. Loopt terug en vindt dankzij het spoor in de rietbosschages de scootmobiel met de vrouw in het water. ‘Door die bosschages zag je ze ook echt niet zitten’, vertelt hij met een knipoog naar Nieuwenhuizen. Maurits schiet haar te hulp, spreekt de nog bij bewust zijnde drenkelinge aan en houdt haar hoofd boven water. Het lukt hem echter niet de vrouw uit het water te halen. Een voet zit klem. Maurits klimt terug het fietspad op en wenkt. Iemand stopt, Maurits vraagt de persoon 112 te bellen. Op dat moment rijdt ook Marco in zijn auto voorbij, op weg naar zijn werk bij garagebedrijf Bandeko aan de Vennestraat. Hij remt, zet z’n auto stil en stapt uit. ‘Met z’n tweeën hebben we geprobeerd de boel te stabiliseren’, weet hij nog goed. ‘Maar ik kwam er al snel achter dat wij dat samen niet gingen redden. Ik ben naar m’n werk gereden, heb een paar jongens opgetrommeld en met vier man hebben we getracht de boel boven water te houden.’ ‘Er zat weinig contact in’, vervolgt Maurits. ‘We bleven praten en contact houden tot de hulpdiensten aankwamen en de reddingsactie overnamen.’

Van Berkhout is vol lof over het doortastend handelen en heldhaftig optreden van de twee redders. ‘Hoe gewoon ’t ook voor jullie klinkt, wat boven water staat is dat jullie iemands leven hebben gered.’ Nieuwenhuizen doet daar een schepje bovenop. ‘Het is goed om stil te staan bij wat jullie hebben gedaan. Heel vaak gebeurt het niet dat mensen als jullie paraat staan en de scherpte hebben om in actie te komen om iemand te hulp schieten. De erepenning staat voor Moed, Initiatief en Betrokkenheid, en Hulpvaardigheid. De penning spreekt grote waardering uit voor jullie handelen. Jullie reddingsactie laat zien dat je ’t niet alleen kan en dat samenwerken loont.’

Maurits en Marco horen de loftuitingen achtenswaardig aan. Zij vinden het niet meer dan normaal om mensen in zulk soort situaties te helpen. ‘Dat doe je tocht gewoon’, zegt Marco onverschrokken. ‘Iemand in nood, die help je.’ Maurits: ‘Om voor dit alles nu een erepenning te krijgen…, dat vind ik nou weer heel bijzonder. Dat hoeft toch helemaal niet!’

Contact met de geredde drenkelinge, die bij voorkeur niet bij de uitreiking van de erepenning aanwezig wilde zijn, hebben Maurits en Marco na het ongelukkige voorval niet meer gehad. ‘De in een zorginstelling wonende vrouw heeft gelukkig geen enkele vorm van letsel aan het ongeval overgehouden’, stelt de burgervader het tweetal gerust. Maurits en Marco kijken elkaar nog eens in de ogen. Zij zijn kameraden voor het leven. ‘Het blijft een apart verhaal’, zegt Maurits. ‘Ja’, beaamt Marco, ‘Het blijft je altijd bij.’

Uit de krant