Logo lissernieuws.nl
Het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier met info over alle 60 oorlogsslachtoffers in Lisse.
Het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier met info over alle 60 oorlogsslachtoffers in Lisse. (Foto: pr)
Sporen van Vroeger

Oorlogsheld Bastiaan Romeijn verdient meer aandacht

  Column

Op 12 mei 1944 werd Bastiaan Romeijn gearresteerd voor zijn betrokkenheid bij de overval op het Lissese bevolkingsregister in februari van dat jaar. Gemeenteambtenaar W.L. Döll en gemeentesecretaris J.C. de Haan waren al eerder gearresteerd. Alle drie werden overgebracht naar een concentratiekamp.

Zij overleden aan de gevolgen daarvan. Als eerbewijs kregen Willem Döll en Jan de Haan een straatnaam toegewezen. Bastiaan Romeijn echter (nog) niet. Het is belangrijk dat Bastiaan Romeijn niet in de vergetelheid raakt en dat er een tastbare herinnering komt. Een straatnaam is niet zo makkelijk, omdat er al een straat vernoemd is naar wethouder Romijn, medeoprichter en eerste voorzitter van woningbouwvereniging Gezinsbelang. Andere mogelijkheden om Bastiaan Romeijn te eren zijn een plein, park of gebouw naar hem te vernoemen, of door een monument c.q. plaquette op te richten.

Bastiaan was sinds zijn aanstelling in Lisse in juli 1940 wat werd genoemd een ‘goede’ politieman. Veel Lissese jongeren zijn door hem gewaarschuwd bij komende razzia’s of arrestaties. Hij zou dan geroepen hebben: “Jongens, allemaal opdonderen. Wegwezen, want het gaat mis.” Hij was niet bij het verzet, maar opvallend waren zijn banden daarmee wel. Daarom stond hij op ‘voet van oorlog’ met zijn NSB-chef Warmenhoven.

Op 15 februari 1944 stonden er in het donker een man of zes van de knokploeg Post uit Rijnsburg naast de muur van het gemeentehuis van Lisse. Op dat moment arriveerde Willem Döll, die aanklopte. Nadat de deur werd geopend door een burgerwacht, overviel de knokploeg de aanwezige ambtenaren en bewakers. Iedereen werd vastgebonden. Daarna werd het bevolkingsregister gestolen en verbrand in de stookketel van de St. Josephschool naast het gemeentehuis. Al gauw werden Döll en De Haan gearresteerd wegens vermeende medeplichtigheid. De SD vermoedde dat het doorgestoken kaart was, omdat Döll te laat was en precies op dat moment aan de deur klopte. Wachtmeester Bastiaan Romeijn werd volgens afspraak tijdens de overval neergeslagen met een gummistok om zijn medeplichtigheid te maskeren. En dat werd zo grondig gedaan dat hij ernstig gewond aan zijn hoofd raakte. Hij was maandenlang ziek thuis.

Bastiaan moet ervan overtuigd zijn geweest dat hij de dans kon ontspringen. Hij meldde zich in mei 1944 weer voor actieve dienst. Het staat niet vast wie hem heeft verraden, maar de familie is er altijd van uitgegaan dat dat zijn voormalige chef Warmenhoven moet zijn geweest. Warmenhoven nam hem mee naar Rotterdam. Van daaruit werd hij eerst naar Vught gebracht om op 5 september 1944 op transport te gaan naar Duitsland. Hij werd naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht en van daaruit te werk gesteld in Hamburg-Hammerbrook. Hij is daar overleden door honger, uitputting en dysenterie.

Bovenstaande staat in het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier. Dit boekje is te leen bij de bibliotheek van Lisse en voor leden bij de Cultuur-Historisch Vereniging “Oud Lisse”. Dit boek hoort eigenlijk iedere Lisser te lezen of in bezit te hebben om de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.
Cultuur-Historische Vereniging
“Oud Lisse”
info@oudlisse.nl

Meer berichten